Van klei naar kleur…

De therapeutische kracht van een vakje verf!

Na maanden waarin alles draaide om klei, glazuur, ovens, deadlines en de vraag “Past dit nog in de oven?”, is de rust eindelijk een beetje teruggekeerd. De keramiekspullen mogen even bijkomen. En eerlijk gezegd: ik ook.

Dus haalde ik mijn aquarelverf weer tevoorschijn. Niet om meteen een meesterwerk te schilderen, maar om… swatches te maken. Voor de niet-aquarellisten: dat zijn eigenlijk keurige vakjes waarin je al je kleuren uitprobeert. Klinkt niet spannend. Is het ook niet. En juist dát is het heerlijke eraan.

Kwast natmaken. Kleur oppakken. Een vakje vullen. Nog een vakje. En nog één. Ineens ben je een uur verder en ben je compleet vergeten dat er ook nog zoiets bestaat als boodschappen, wasmanden en e-mails.

Er is iets wonderlijks aan het zien ontstaan van een perfect rijtje kleuren. Van diep indigo tot een vrolijke koraaltint en alles daartussenin. Geen haast. Geen deadlines. Niemand die vraagt of het vóór de biscuitstook af moet zijn.

Misschien is dat wel de echte magie van aquarel. Niet het eindresultaat, maar het proces. Het water dat zijn eigen weg kiest, pigmenten die zich gedragen alsof ze een eigen persoonlijkheid hebben, en jij die daar alleen maar een beetje met een glimlach naar zit te kijken.

En ja… ik betrapte mezelf erop dat ik zelfs enthousiast werd van een nieuw vakje olijfgroen.

Na de creatieve marathon van de keramiekopleiding voelt dit als een mini-vakantie voor mijn hoofd. Geen stof, geen klei onder mijn nagels, geen oven die op temperatuur moet komen. Alleen een stapeltje papier, een doos vol kleuren en een verrassend zen gevoel.

Soms zit geluk gewoon in een rijtje perfect gevulde vakjes verf.